logo rabobank

Provincie Overijssel





Wat schrijft de pers over de Ronde? (08 mei 2006)
image
Dit schreef de pers over de 54e Ronde van Overijssel:

De net-niet Tom&Tom-show
Regionaal Rabo-duo kan favorietenrol in Ronde van Overijssel niet waarmaken

Het gonst langs het parcours, de namen staan hier en daar zelfs met dikke letters op het wegdek geschreven. Ook op de regionale omroep lijkt het alsof de 54e editie van de Ronde van Overijssel maar om twee renners gaat: Ootmarsummer Tom Veelers en Tom Stamsnijder uit Enter. Het Rabo- duo Tom & Tom.

Door Ralph Blijlevens

Het zag er, vooraf, zo mooi uit. Twee jonge talentvolle renners in de opleidingsploeg van de Rabobank, een supersterke en tevens dé te kloppen formatie in Overijssels Mooiste. Tom Veelers rijdt ‘m voor de derde maal, ploeggenoot Stamsnijder maakt z’n debuut. De verwachtingen zijn hooggespannen. Gedroomd, ja zelfs gehoopt wordt weer op een regionale winnaar. Zes jaar na de victorie van Enternaar Bart Boom is de wielerklassieker klaar voor een kind van de eigen regio op het hoogste podium. En wie komen daar meer voor in aanmerking dan het duo Tom & Tom, renners die op de drempel staan toe te treden tot het profpeloton.
Afgelopen maandag was Stamsnijder nog supersterk in de belofteneditie van Luik-Bastenaken-Luik. Zijn tweede plaats toonde aan dat het met de vorm wel goed zit. Gedreven is de coureur uit Enter om van zijn debuut een spraakmakend optreden te maken. Meedoen in de finale, daar gaat hij voor in zijn eerste - en misschien wel laatste - Ronde van Overijssel.
Niet minder favoriet bij de wielerfans is zijn ploeggenoot uit Ootmarsum. Maar het zelfvertrouwen van Veelers is van een mindere omvang dan dat van Stamsnijder. De renner met een rappe spurt in de benen rept van maagklachten en de naweeën van een valpartij eerder het seizoen.
Dat het oranjegekleurde shirt van de Raborenners het tricot is waar bijna iedereen in het peloton op let, merken Tom & Tom al vrij snel. Zodra de coureurs van ploegleider Nico Verhoeven in een kopgroep vertegenwoordigd zijn, houden ‘de anderen’ de benen stil. ‘Het enige wat ze deden’, zal Veelers na afloop zeggen, ‘was meespringen. Jammer. Als andere ploegen hadden meegereden, had er misschien wel iets meer ingezeten.’
Tot aan de finale van de wedstrijd, zo ongeveer in de omgeving van Markelo, doen de Raborenners wat ze moeten doen: de koers hard maken. Het tempo hoog houden en zodoende proberen het peloton te laten breken. Samen met de hoge temperatuur en de straffe wind telt de 54e editie wel heel veel uitvallers, slechts 48 van de 190 gestarte renners leggen de 201 kilometers af, maar een definitieve breuk wordt niet geforceerd. Tom Stamsnijder probeert het nog wel solo, maar ook zijn missie heeft geen kans van slagen. ‘Iedereen lette op mij, ze zaten allemaal in mijn wiel.’ Hij glimlacht: ‘In een wedstrijd met profs zou ik het ook zo doen.’
De finale wordt niet de finale die hij in gedachten had. ‘Niet altijd wint de sterkste renner in een koers. Je moet soms ook wat geluk hebben. Bijvoorbeeld dat het achter je even hapert. Dan kun je wegrijden.’ Genoten heeft-ie zeker van de ronde. ‘We waren nog maar net vertrokken, toen kwam de latere winnaar Peter Möhlmann al naar me toe om te zeggen dat hij al vijfmaal mijn naam had gehoord. Dat was wel mooi.’
En zo eindigt de Tom & Tom-show in een niet-bedacht scenario. ‘Ook dat hoort bij wielrennen’, relativeert Stamsnijder wijselijk.


Beroerde rentree Nijmeijer
STAKEN. Gerben Nijmeijer beleefde een beroerde rentree. De OWC-er, net weer in koers na een blessure, was in de omgeving van de Tankenberg, dus nog in het eerste uur van de koers, een van de drie renners die op een auto klapte.
De veteraan uit het team van Bertus Brunnenkreef liep daarbij een knieblessure op en moest de strijd staken.

Bron: TC Tubantia, 8 mei 2006


‘In gedachten bij overleden oud-winnaar Wallaard’
Mooi weer coureur Möhlmann sterkste in Rijssen

Door ROY SCHRIEMER

RIJSSEN – De 54e editie van de Ronde van Overijssel had zaterdag alles wat een wielerwedstrijd doorgaans bijzonder maakt. Door de combinatie van hitte, wind en een nooit aflatende aanvalslust reden slechts 48 van de 190 gestarte coureurs de wedstrijd uit. Vervolgens vochten op het ereschavot drie renners tegen hun tranen nadat winnaar Peter Möhlmann de zege opdroeg aan zijn overleden voorganger op de erelijst Arno Wallaard.

Twaalf maanden geleden was Wallaard de gevierde man in Rijssen, nadat hij in een juist door de kou gedomineerde wedstrijd de sterkste was gebleken. Afgelopen februari overleed de coureur uit Noordeloos aan een hartstilstand, 26 jaar oud en op de drempel van een doorbraak bij de profs. Op het moment dat Peter Möhlmann zaterdag als winnaar over de streep bolde, waren zijn gedachten bij de man die hem voorging op de rijke erelijst van de Ronde van Overijssel. ‘Ik dacht: dit heeft hij vorig jaar ook gevoeld. Hij heeft toen ook de vreugde ervaren van de zege, na een dag keihard werken. Nu is hij er niet meer en dat maakt dat ik meer bij de dag ben gaan leven. Vroeger als junior won ik veel en vond ik dat heel normaal. Van deze overwinning ga ik bij wijze van spreken het hele seizoen genieten, zo vanzelfsprekend is het niet dat je dit mag meemaken.’ Waren de omstandigheden zoals vorig jaar geweest dan had de renner uit Apeldoorn waarschijnlijk geen schijn van kans gehad, de Fondas-renner rendeert het best in warm weer. ‘Ik dacht altijd dat ik me aanstelde als het weer niet lukte in de kou. In de finale van een klassieker of een etappe zat ik er dan altijd compleet doorheen, maar inmiddels heeft bondsarts Tjeerd de Vries van de KNWU me verteld dat dit heel logisch is. Mijn aderen liggen heel dicht onder de huid en bij kou is er geen sprake meer van optimale doorstroming van mijn bloed richting mijn spieren. Dan rijd je dus plotseling niet meer op volle kracht. Je kunt dus met recht zeggen dat ik een mooi weercoureur ben. Daarom ook was ik heel blij dat het eindelijk eens warm was dit weekeinde, ik was alleen op basis daarvan vooraf al heel optimistisch over mijn winstkansen.’ Möhlmann kon het zaterdag allemaal mooi verklaren, praten is nooit het probleem geweest voor de 23-jarige coureur. Maar de Gelderse renner liet zaterdag zijn benen net zo nadrukkelijk spreken. Hij was de hele dag voorin de wedstrijd te vinden als het even brak en was er ook in de finale bij toen op een goede twintig kilometer van de streep een kopgroep van twaalf ontstond, waar later alleen Jos van Emden uit Schalkhaar naar toe wist te springen. En juist deze Rabo-coureur zorgde voor een voorbeslissing in deze 54e Ronde van Overijssel toen hij op zes kilometer van de streep wegreed uit deze kopgroep en tweeduizend meter later Möhlmann en Niki Terpstra zag aansluiten. In de sprint won de coureur uit Apeldoorn. Logisch gezien het feit dat hij op papier de rapste van de drie was. ‘Maar na een dergelijke zware wedstrijd is het allemaal niet meer zo logisch. Ik heb hier diep moeten gaan om voorin de wedstrijd te belanden en vervolgens eerste te worden. Maar zo vlak voor Olympia’s Tour is het zowel voor mijn vertrouwen als voor het goede gevoel binnen de ploeg mooi dat ik deze zege meegepikt heb. Op weg naar mijn grote doel – prof worden – is de winst in Overijssel een heel fraai visitekaartje om af te geven.’

Rijssen. Ronde van Overijssel.

1. Möhlmann (Apeldoorn) 201 km in 4.51.21, 2. Terpstra (Krommenie), 3. Van Emden (Schalkhaar), 4. M. Lenferink (Tubbergen) 0.15, 5. Van Ruitenbeek (Delft) 0.16, 6. Berkenbosch (Olderbekoop) 0.18, 28. Klomp (Apeldoorn), 39. Timmer (Gramsbergen)

Bron: De Stentor, 8 mei 2006


Mooi weer-coureur wint in warmte
Peter Möhlmann zegeviert in loodzware Ronde van Overijssel, Lenferink is vierde

WIELRENNEN

Tekst René Banierink

RIJSSEN - Zijn team domineerde de koers, was in de slotfase ook nog in overtal en had bovendien de rapste man aan boord die de overwinning ook nog eens bij zijn moeder voorspeld had. Dus was het eigenlijk heel logisch dat Peter Möhlmann uit Apeldoorn gisteren de Ronde van Overijssel won.

Soms kan wielrennen heel logisch lijken. Maar als de koers zo zwaar en uitputtend is als aflevering 54 van de Ronde van Overijssel gisteren was, is altijd niet alles even logisch. Dat moest zelfs de uiteindelijke winnaar Peter Möhlmann toegeven. De renner van Fondas/P3 Transfer, normaal gesproken simpelweg de rapste, versloeg in de eindsprint na ruim 200 kilometer niet zonder moeite zijn medevluchters Niki Terpstra (Ubbink) en Jos van Emden (Rabobank). Het trio werd op korte afstand op plek vier gevolgd door de eerste regionale coureur, Maarten Lenferink uit Tubbergen.
De warmte, rond de 25 graden, maakte in combinatie met de stevige wind dat ‘Overijssels Mooiste’ net als een jaar geleden een ware uitputtingslag werd. Waren toen de regen en de kou verantwoordelijk voor een loodzware koers, dit keer speelden juist de warmte en de stevige wind ‘s lands beste amateurrenners danig parten.
In dat soort omstandigheden blijven alleen de besten over. Maar zelfs die waren aangeslagen. ‘Het was in de slotfase nauwelijks meer te controleren’, zei winnaar Peter Möhlmann, de rappe man uit Apeldoorn wiens ploeg het koersverloop nadrukkelijk dicteerde gisteren. ‘En dat kwam’, zo onderstreepte ploeggenoot Maarten Lenferink, ‘omdat iedereen er doorheen zat. Normaal gesproken zouden we allemaal voor Peter hebben gereden omdat hij de rapste is. Maar nu kon je nagaan dat er renners zouden proberen weg te komen.’
En daar lag ook de grote kans voor de Tubbergenaar die zijn zinnen helemaal had gezet op de wedstrijd in zijn eigen achtertuin die in het verleden ook al door vader Jan was gewonnen. ‘Hier had ik helemaal naar toe geleefd, dit is mijn periode en ik voelde me vandaag in de finale ook de sterkste. Ik heb een paar keer proberen weg te rijden maar ze wisten natuurlijk ook hoe graag ik deze wedstrijd in mijn eigen regio wilde winnen.’
Toen hij uiteindelijk als vierde over de meet kwam, sloeg de 24-jarige krachtpatser uit pure frustratie dan ook bijna zijn stuur doormidden. ‘Ik ben heel blij voor Peter, laat ik dat voorop stellen. Maar ik baal enorm. Ik had echt het gevoel dat ik hier vandaag had kunnen winnen’, zei Lenferink.
Die uitspraak paste geheel in de geest van de wedstrijd waarin van de dertien dapperen die zich in de finale nog kanshebber mochten achten, zich meer dan een handjevol nog daadwerkelijk kandidaat winnaar voelden. Zoals nummer twee Terpstra: ‘Ik achtte me niet kansloos tegen Möhlmann. Zo fris was hij niet meer en de sprint liep licht op. Achteraf had het nog zwaarder moeten zijn’, aldus de coureur, die de snelheid meenam van de baan waarop hij ook een topper is.
Nummer drie Jos van Emden voelde zich de sterkste van de koers. De Raborenner reed in de slotfase een gat van veertig seconden naar de kopgroep met onder meer teamgenoot Tom Veelers uit Ootmarsum dicht. ‘Tom had de hele dag al van voren gereden en veel gedaan. Hij zat alleen, dat was te weinig. Ik reed er heel gemakkelijk naar toe en heb het daarna nog meerdere keren met demarrages geprobeerd. Vier kilometer voor de meet dacht ik dat ik los was en ging winnen. Maar helaas kwamen ze toch terug.’
Maar de meest zelfverzekerde van allemaal was toch wel Möhlmann. ‘Ik heb gisteren al tegen mijn moeder gezegd: als het dit weer blijft, win ik morgen.’ Met dit weer bedoelde hij de warmte die over Overijssel hing. Möhlmann is letterlijk en figuurlijk een mooi-weer coureur en dat kan hij wetenschappelijk staven. ‘Ik heb een heel laag vetpercentage en daar komt nog bij dat mijn aderen direct onder de huid over de spieren lopen. Met koud weer gaan die vernauwen en daardoor verzuur ik sneller. De bondsarts van de KNWU, Tjeerd de Vries heeft me dat zelf verteld. Dus ja, van mij mag het wel warm blijven.’

Wallaard herdacht

EMOTIES. De Ronde van Overijssel begon en eindigde gisteren met een eerbetoon aan de winnaar van vorig jaar, Arno Wallaard. De coureur uit Noordeloos, die mede door zijn zege van vorig jaar prof werd bij Skil/Shimano, overleed eerder dit jaar volkomen onverwacht door een hartstilstand. Bij de start van de wedstrijd van gisteren werd een minuut stilte in acht genomen door de organisatie en de renners.
Het zorgde ook na de koers voor de nodige emoties. De drie op het podium hadden allemaal speciale herinneringen aan hun overleden collega en droegen hun prestatie van dit jaar mede op aan hem. Nummer drie Jos van Emden, vorig jaar ploeggenoot van Wallaard: ‘Ik wilde vandaag maar voor een man winnen en dat was voor hem.’
De uiteindelijke winnaar Peter Möhlmann: ‘Toen ik over de finish kwam, dacht ik: dit heeft hij vorig jaar ook zo gevoeld. Maar nu, een jaar later, is hij er niet eens meer. Je staat er daardoor nog veel meer bij stil hoe bijzonder het is dat je dit mag meemaken.’

Bron: TC Tubantia, 7 mei 2006


<...Vorige